dinsdag 22 maart 2011

Lopen tot de zon komt

Hij kruipt door de zon,
Tot een onweersbui het tij keert,
Bepakt met extra bagage leert hij lopen.

Hij doorloopt de zachte herfst,
Terwijl de zachte zonnestralen,
Tussen de vallende blaadjes door schijnen.
Af en toe struikelt hij op het pad,
Waar takken en gaten heersers zijn.
Hij vecht om zijn doel te bereiken,
Zonder echt van zijn pad af te wijken.

Eenmaal door het bos gekomen,
Is de winter langzaamaan doorgebroken.
Hij beklimt bergen, en gaat door dalen,
Bij gestaan door familie en vrienden,
Doorstaat hij hete vuren en ijskoude nachten.
Totdat de IJskoningin in levende lijve,
Ervoor zorgt dat zijn stevige ondergrond scheuren begint
Te vertonen, en steeds sneller afbrokkelt.

De adders onder het bevroren gras worden zichtbaar
En hij eet regelmatig van de giftige appel.
Onder invloed dwaalt hij vaker van het veilige pad en soms…
Ziet hij door de bomen het bos niet meer, en is hij het spoor bijster.

Na verloop van tijd ziet hij het licht,
Tussen de grijze wolken verschijnen,
Hij begint te schrijven, pen en papier zijn als zijn beste vrienden.
Deze vrienden brengen hem terug bij zijn doel, hij hervat zijn weg.

Op dit moment is hij nog steeds aan het lopen,
Door de seizoenen des levens, met kronkels en bochten,

Hij loopt totdat de zon komt.

Geschreven op: 5 maart 2011

Geen opmerkingen:

Een reactie posten